Trouwambtenaar Sandy: Oma pleegt inbraak in ziekenhuis

Trouwambtenaar Sandy

Mijn peuter kleinzoon logeert hier. Dat is niet zo vanzelfsprekend als het klinkt, want hij woont sinds een jaar in Hongarije. Tot zijn tweede verjaardag zag ik hem bijna dagelijks, dus zo’n logeerpartijtje is genieten. Niet schrikken lieve lezers, ik ga nu heus niet ineens een bloedserieuze column schrijven, maar ik moet één en ander toch een beetje inleiden. Doe even rustig. Er komen nog zeker om en nabij de 800 woorden geleuter aan so stay tuned.

‘KLEM’

Mini en ik zijn net een kwartiertje wakker als hij de eerste ‘KLEM’ van de dag spot. Wij zijn woonachtig onder de rook van Schiphol, dus die krengen vliegen af en aan. Het kleine ettertje is geobsedeerd door de ijzeren vogels en benut ieder moment om te kijken wat er overkomt. Behalve ‘KLEM’ hebben we natuurlijk ook nog ‘ISI-JET’ en ‘TANSAVIE’. Om de anderhalve minuut schreeuwt hij: “Omaaa kijk…flieg un KLEM, omaaa!!!” Al naar gelang uiteraard van de maatschappij. Ik, geen ochtendmens, probeer op het juiste moment te knikken en “Oh jaaaaa” of “Cool man” te roepen. Wat geen eenvoudige opgave is laat dat duidelijk zijn.

Déjà vu

Ik scrol een beetje door social media op mijn telefoon als ik hem hoor roepen: “Huh, oma isdanou? Oma kijk un hilliecopter!” Inderdaad cirkelt er vlakbij een traumahelikopter over ons huis. We kijken hem samen na als hij ogenschijnlijk toch verderop moet zijn en wegvliegt uit ons zicht. Ik heb onmiddellijk een déjà vu.

Het was begin 2021 als Mini besluit van de trap af te donderen. Van boven naar beneden, head down op de plavuizen vloer. En zo’n vloer geeft niet mee. Vergeet nooit het telefoontje van mijn zoon. Normaliter had ik zo’n 10 minuten nodig om de afstand naar hun huis te overbruggen, het bleek ook in drie minuten te kunnen. Vanwege de toestand waarin ik hem aantrof besloot ik 112 te bellen. Wegdraaiende oogjes en geen contact meer kunnen maken leek mij geen goed teken. Al moet ik bekennen dat mijn man hier dagelijks bij mij tegenaan loopt, maar daarover een andere keer verder. 

Traumahelikopter

De lieve dame aan de telefoon vertelde mij wat wel/niet te doen en was druk met het ‘probeer de beller gerust te stellen en kalm te houden’ protocol. Dat lukte aardig tot ze zei: “De politie en ambulance zijn er als eerste, maar de traumahelikopter moet even kijken waar ze kunnen landen.” De wat??? Traumahelikopter?!  Onmiddellijk was ik in paniek. Dit ging een heel verkeerde kant op.

Je knippert twee keer met je ogen en binnen no time stond de hele keet vol met hulpverleners. God zij dank vertrok de trauma-arts alweer snel nadat was gebleken dat er geen onmiddellijk gevaar was. Mini vertrok met zijn mama in de ambulance en zijn papa en ik zouden volgen. Nu wil het geval dat ik even snel langs huis moest, want ondergetekende was nog in pyjama. Op zich zou me dat in deze situatie niet zoveel uit hebben gemaakt zij het niet dat het een, ik durf het bijna niet te zeggen, koekiemonster pyjama was. Ja precies, die je nu op je netvlies hebt. Koekiemonster uit ‘Sesamstraat’. Ik heb me op weg naar huis dan ook non-stop afgevraagd, waarom koop je als vijftigplusser in hemelsnaam een koekiemonster pyjama?! What was I thinking toen ik dat ding besloot af te gaan rekenen? 

Corona

Tien minuten later dan gepland waren we dus onderweg naar het ziekenhuis. Ik had mijn koekiemonster pyjama inmiddels omgeruild voor mijn lion king pyama. Geintje. Telefoon: “Mevrouw spreek ik met de oma van Mini? Hij schreeuwt moord en brand om zijn oma, bent u er al bijna?” Vloekend, tierend en schuldbewust gaf ik een beetje gas bij. Aangekomen bij het ziekenhuis werden we al opgewacht. Oma kon meteen door lopen. 

Zoals u allen echter waarschijnlijk niet ontgaan is hadden we te maken met de Corona crisis. De papa mocht niet mee naar binnen. Ik kan je vertellen, dat is ruk en dan zeg ik het nog heel netjes. Na veel knuffelen, troosten en de geruststelling dat er nog herrie genoeg uit hem kwam, die mijns inziens niet strookte met heel ernstige dingen, besloot ik mijn plekje af te staan aan mijn zoon. Bij het wisselen van de wacht werd mij duidelijk gemaakt dat eruit, ook echt eruit betekende en dat we daarna niet meer mochten switchen. 

Recalcitrant

Ik wachtte in de auto op nieuws en na enkele uren werd duidelijk dat alles mee bleek te vallen. Hij moest wel blijven. Eenmaal thuis kon ik mij echter slecht verzoenen met het feit dat het kleine mannetje zo om oma had geroepen en dat ik er nu niet meer voor hem kon zijn. Ik wist me eventjes in te houden, maar mijn recalcitrante persoonlijkheid nam weer eens de overhand en zo reed ik ’s avonds om 19.00 uur weer richting ziekenhuis. Hoe ging ik dit aanpakken? Geen idee, als ik eerst maar eens binnen was. Het gele toegangsbandje dat ik ‘s morgens om had gekregen lag nog op de bijrijdersstoel. Zo goed en kwaad als het ging deed ik het weer om. 

Bij de ingang liep ik uiteraard gelijk in het Coronavangnet; “Mevrouw, kan ik u helpen?” Ik zwaaide nonchalant met mijn pols om het bandje te laten zien en zei zelfverzekerd: “Nee hoor, ik red me wel.” Ik probeerde door te lopen, maar zo makkelijk ging dat natuurlijk niet. “Wat komt u doen mevrouw?” Godallemachtig man, is het nog geen koffiepauze ofzo… “Oh mijn kleinzoon is vanmorgen met spoed opgenomen en ik kom eventjes wat spulletjes brengen voor de nacht.” Dat het geen helder licht was bleek uit het feit dat hij zei “Oh, helemaal goed, loopt u maar verder hoor.” Ik had namelijk helemaal niets bij me behalve een handtasje! Oké, die had ik getackeld. 

Klucht

Ik stapte de lift uit, klapdeur door en liep recht af op een balie die, snotverdorrie, op dat moment bemand was. Enig idee hoe snel je een klapdeur door kan en weer terug? Snel kan ik je vertellen. Ik had de mazzel dat er een rond klein raampje in de klapdeur zat. Toen de dame achter de balie uit het zicht was, schoot ik wederom door de klapdeur en liep enkele meters de gang in. Bij een soort van kruising zag ik twee verpleegkundigen lopen. Voordat ze mij in het vizier kregen had ik me al verschanst op het toilet, waar ik de slappe lach kreeg. Het leek wel of ik was beland in een klucht van ‘John Lanting’. Kop om de hoek van de deur, gang leeg, opoe weer een stukje verder.

Lang verhaal kort, ik heb het gered zonder betrapt te worden. De verpleegkundige die mijn kleinzoon kwam controleren, heb ik met een stalen smoel gecomplimenteerd met haar ‘prachtige krullen’. Precies op het moment dat ze wilde gaan vragen wat ik daar in de kamer deed en hoe ik daar gekomen was. Ze was er gevoelig voor, wat niet zo gek is gezien het feit dat het helemaal geen prachtige krullen waren maar een bos dood stro waar muizen doorheen gewoeld hadden.

Unstoppable

Later op de avond. Mini slapend in zijn ziekenhuisbedje met zijn mama naast hem. Oma op weg naar huis met de muziek kneiterhard aan. 

I’m unstoppable
I’m a Porsche with no breaks
I’m invincible
Yeah, I win every single game
I’m so powerful
I don’t need batteries to play
I’m so confident
Yeah, I’m unstoppable today

Beeld bron: iStock

Mag ik je nog heel even iets vragen? Zou je ons alsjeblieft willen steunen door Tv-Vrouw op social media te volgen? Dankzij jouw steun kunnen we doorgaan met het schrijven van leuke artikelen en columns! Klik op de link hieronder. Namens het hele Tv-Vrouw team, ontzettend bedankt voor je support!

Wist je dat de schrijfster van bovenstaande column ook trouwambtenaar is? Ben je op zoek naar een unieke trouwbeleving, dan is Sandy de perfecte trouwambtenaar voor jou en je partner! Klik op de foto hieronder om naar de website van Sandy te gaan.

  • Sandy

    Sandy Eireiner is eindredacteur, columnist en zelfstandig trouwambtenaar. Sarcastofiel, badass granny en soms gewoon zichzelf!